De Lerincks van Zutphen - Wie zijn ze? Waar kwamen zij vandaan? Een vergelijking van genen en historische bronnen.

                                                                                         

                   Pieligrim geheten Lerinck (Burgerzaal, Zutphen)                                     Schutte-Lerinck (Broederenkerk, Zutphen)         


Inleiding

Er waren anno 2015 in Nederland ruim 170 mensen met de achternaam Leerink, ruim 20 met de naam Lerink en zo'n 235 met de achternaam Leering. Dit zijn drie spelvarianten die zijn overgebleven van een stuk of tien die in de Middeleeuwen werden gebruikt. Al die mensen, plus hun familieleden in de USA, in Japan, in Canada, in Zuid-Afrika en in Engeland, stammen af van een handjevol mensen die Lerinck ( of een andere spelvorm zoals Lerinc, Lerinch, Leringh, Lerynck, Lehring, Lerrynck, Laerinck of Leerinc) heetten. Die mensen leefden tussen de IJssel en de Duitse  grens, in het Graafschap Zutphen.

In de late Middeleeuwen, zeg maar tussen 1350 en 1500, waren er twee families die met deze achternaam werden aangeduid. De  ene familie leefde in Zutphen en de andere in Doesburg. Maar de Zutphense Lerincks heetten eigenlijk niet Lerinck: hun naam hebben zij in de veertiende eeuw overgenomen van de Lerincks in Doesburg.  De Zutphense Lerincks hebben een andere oorsprong dan de Doesburgse en stammen mogelijk af van een Deense piraat, die in de negende eeuw de Nederlandse rivierengebieden onveilig maakte.

Van de Doesburgse familie is de oorsprong niet bekend. Volgens sommige bronnen zou deze familie uit Baak komen en van Saksische oorsprong zijn. Ik ga daar in de pagina de Lerinck Doesburg verder op in. In deze pagina alles over de Zutphense Lerincks.

Interessant is te weten dat de Nederlands/Engelse familie Bentinck (èn de huidige koningin Elizabeth II van Groot-Brittannië, die een Bentinck als voorouder heeft) o.a. van de Zutphense Lerincks afstammen: zij hebben Catharina Lerinck,  dochter van Willem Lerinck uit Zutphen, als voormoeder. 

Als je van de Zutphense Lerincks (ca. 22 generaties terug in de tijd) afstamt, ben je dus genetisch gerelateerd aan de Bentincks en het Britse vorstenhuis.

Hoewel er tussen 1300 en 1500 niet erg veel Lerincks waren, moet ik zeggen dat een gemeenschappelijke achternaam, hoe weinig frequent ook, geen garantie is voor een familierelatie van de Leerinks, Lerinks en Leerings die nu leven. Papieren bewijs is er niet voor gevonden. Ik heb dna-onderzoek laten doen en als Leerinks, Lerinks, Leerings van andere takken dat nu ook laten doen, weten we meer!! Over mijn dna-onderzoek en de verrassende resultaten daarvan verderop meer. Maar eerst nog kort iets over het papieren onderzoek dat ik heb gedaan naar de familienaam, verwantschappen en achtergronden.

In dit onderzoek heb ik vastgesteld dat ca. 45% van alle mensen die Leerink heten afstamt van een militair uit Zwolle, die zich zo'n 250 jaar geleden in Varsseveld heeft gevestigd. De overige Leerinks stammen af van een man die in de zeventiende eeuw in Borculo is gaan wonen. De mensen die Lerink heten stammen eveneens van de Borculose tak af.

Hoe zit het dan met de Leerings? Hen kunnen we net als de Le(e)rinks in twee groepen verdelen. Het gaat hier om migranten die afstammen van een man die Lerinck heette, maar wiens naam in het westelijke deel van het land als Le(e)ring werd gespeld, omdat men de voor het Oosten karakteristieke -ink uitgang vreemd vond. Het gaat enerzijds om mensen die in de zeventiende eeuw vanuit Vreden (D) naar het Kennemerland zijn getrokken. Anderzijds om mensen die in die zelfde eeuw vanuit Neede naar Den Haag zijn gegaan en van daaruit in kleinere plaatsen in Zuid-Holland (in de omgeving van Alphen a/d Rijn) en het aangrenzende gebied in de provincie Utrecht terecht zijn gekomen. Leerings zijn dus genetisch verwant aan mensen met de achternaam Leerink, maar welke Leering aan welke Leerink  verwant is, is in het kader van dit artikel niet uit te leggen. Daarvoor zou je mijn boek over de geslachtsnaam moeten lezen, waarin ik zoveel mogelijk vertakkingen heb beschreven (momenteel uitverkocht).  Het is mogelijk, dat allen die nu leven van dezelfde Lerinck afstammen, maar het is op papier niet aan te tonen. Genetisch onderzoek zou zoals gezegd hier meer duidelijkheid in kunnen brengen.

In mijn historisch onderzoek naar de geslachtsnaam Leerink/Lerink/Leering ben ik terug gegaan tot ca. 1300 en ik heb daarbij vastgesteld dat in Nederland  in de late Middeleeuwen Lerincks voornamelijk in de hanzesteden Doesburg en Zutphen woonden (de naam werd ook een keer in Arnhem en enkele malen in de Zuidelijke Nederlanden genoemd), hierover meer in Lerinck Doesburg op deze website. En in mijn boek.

De oudst bekende stamvader van de Zutphense Lerincks kwam uit een plaats tussen Deventer en Zutphen, genaamd Hanhorst (daar ligt nu Epse). De Lerincks van Zutphen zijn door huwelijk in juridische zin verwant aan die in Doesburg, maar in de mannelijke lijn is er geen verwantschap. De Lerincks in Zutphen heetten aanvankelijk Pieligrim de Hurste en werden later Pielegrim, Pelgrim, Pelegrim en zelfs Pelgrumm genoemd. De toevoeging Pielegrim, enz. is een verbastering van peregrinus (Lat. voor vreemdeling). Zij hebben de naam Lerinck pas tegen 1400 aangenomen, nadat Aleyt, een dochter van Jacob Lerinck uit Doesburg, met Willem Pelegrim uit Zutphen was getrouwd.

De oudst bekende Nederlandse dragers van de naam Lerinck worden vanaf ca. 1335 in Doesburg  genoemd (zie daarover Lerinck Doesburg).

De Zutphense Lerincks waren eigenlijk vreemdelingen, die rond 1100 tussen Zutphen en Deventer woonden en waarschijnlijk al langer, maar daarover heb ik geen acten kunnen vinden. Zij hadden een familiewapen dat leek op de beschildering van een Vikingschild en een van hun voorouders was rentmeester van Salland, een niet onaanzienlijke functie.

Wanneer we de toevoeging "peregrinus" combineren met het feit dat een aanzienlijk deel van de huidige mannelijke Leerinks scandinavisch dna heeft, waarover zo dadelijk meer, dan is het mogelijk dat de Zutphense Lerincks van scandinaviische aflkomst waren: Vikingen of zeevarende handelaars. Zij werden aanvankelijk als vreemdelingen beschouwd. 

Later werden zij geaccepteerd en zelfs voorzien van een lage adellijke titel: ministerialen.

Er waren in de Late Middeleeuwen langs de IJssel dus twee families Lerinck met elk een eigen "paternal line". Dat wil zeggen dat hun y-dna niet overeenstemt. Als je het mtDNA (het mitochondriaal DNA, van moeder op dochter) zou testen, vind je ook geen overeenstemming, want Aleyt Lerinck had het mt-dna van een niet-Lerinck en gaf dat door aan (Mar)griete Pielegrim, geheten Lerinck, van wie we niet weten of ze getrouwd is geweest, dan wel kinderen had.  

Wie behoort nu tot welke "clan"? Door het ontbreken van archiefstukken in bepaalde periodes (vooral in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog) en in bepaalde plaatsen (waar bijvoorbeeld door brand archieven verloren zijn gegaan) kan geen enkele Leerink, Lerink of Leering die nu leeft met zekerheid zeggen of hij/zij van de Doesburgse of de Zutphense Lerincks afstamt. Door indirect bewijs en vermoedens op basis van historisch niet altijd betrouwbare bronnen is het een en ander op zijn hoogst aannemelijk te maken. 

De Lerincks die in de zeventiende eeuw in Eibergen leefden zouden misschien van de Zutphense Lerincks kunnen afstammen, terwijl er vage aanwijzingen zijn dat de Needese Lerincks in die periode van de Doesburgse tak afstammen. 

Maar welke huidige naamdrager stamt nu van wie af? Ik zelf ben daarover iets meer te weten gekomen door dna-onderzoek. Omdat mijn voorouders van twee kanten bijna duizend jaar tussen de IJssel en de Duitse grens woonden, veronderstelde ik dat ik af zou stammen van  Saksen, frankische Chamaven of een andere stam die van oudsher in dit gebied leefde.

Daarover heb ik nu duidelijkheid: Ik stam af van een man die tot de Ingvaeones - zo werden zij door Tacitus genoemd - behoorde. Een man, die ca. 1600 jaar geleden in Noordwest-Europa aan de kust leefde en die waarschijnlijk zal hebben behoord tot het volk van de Juten. Dit volk migreerde in de vijfde eeuw van het Cimbrisch schiereiland (het huidige Jutland) naar Kent, maar sommige Juten kwamen door omstandigheden in het Noorden van Nederland en weer anderen in de omgeving van Rhenen terecht. Een van de nakomelingen in de mannelijke lijn heeft zich tussen 450 en 1100 na Christus in het gebied langs de IJssel gevestigd. De nazaten van deze man namen later de naam Lerinck (of een andere spelvariant) aan. Was hij een vredelievende "Noorman" of was hij een op roof beluste Viking? Of misschien een huursoldaat? Op dit punt moeten we speculeren. Ik heb natuurlijk een theorie daarover die m.i. plausibel is en op wetenschappelijke bronnen steunt.

Er waren in het eerste millennium los van die paar Juten heel wat Noormannen in wat nu Nederland heet: Deense vazallen van de Frankische koning Lotharius, zoals de hertogen Klakk Haraldr en Hrœrekr, met hun legers en hun hofhoudingen. Zij leefden voornamelijk langs de kust, van West-Friesland tot in Vlaanderen, maar trokken langs de rivieren regelmatig het binnenland in.

Er waren ook Noorse en Deense Vikingen, die vanuit Denemarken (Jutland) en Engeland (York) overvallen pleegden langs de grote rivieren en de kust.

En er waren kooplieden die vanuit Scandinavië handel voerden in steden langs de Rijn, de Lek en de IJssel, zoals  Vlaardingen, Dorestad, Arnhem, Deventer, Zwolle, Kampen en Zutphen.

Ik ben genetisch volgens het laboratorium FT DNA nauw verwant aan mensen die in Noorwegen, Zweden, Engeland, Spanje en de USA  wonen. Mensen die ik helemaal niet ken, maar die van dezelfde Ingwaeoon afstammen als ik. Een ding is zeker: ik heb dna, dat door sommige onderzoekers ook wel “Viking-dna” wordt genoemd.

Wat dit met de familie Lerinck in Zutphen te maken heeft, heb ik beschreven in een uitgebreid document. Ik leg daarin uit hoe het "Viking-dna" is verspreid en hoe dit dna vanuit Scandinavië over Europa en de andere continenten werd verspreid. Daarin beschrijf ik ook dat "Viking-dna" niet alleen door Vikingen , maar ook als gevolg van volksverhuizingen en andere activiteiten is verspreid.

Ook laat ik  zien waarom het waarschijnlijk is dat de Zutphense Lerincks Scandinavische "roots"hebben. Dat deel van het verhaal is meer een historisch en taalkundig betoog, waarin historische en taalkundige feiten worden gekoppeld aan resultaten die door dna-onderzoek zijn verkregen.

Wie wil weten of de takken Zwolle/Varsseveld, Vreden en Borculo genetisch verwant zijn, zal daar, zoals ik eerder suggereerde, verder onderzoek naar moeten laten doen. Een initiatief hiertoe is genomen in de tak Zwolle/Varsseveld. Het genetisch patroon van deze tak is dus bekend; dat is het thema van deel I van dit document. Het is nu aan iemand van de andere tak om een zelfde initiatief te nemen. Wie twijfelt of hij/zij van de Varsseveldse of de Borculose tak afstamt, kan bij mij te rade gaan. Zie email-adres op startpagina.    

Dna-test

In de afgelopen twintig jaar (ik schrijf dit in 2015) is het mogelijk geworden om voor ca. 100 us dollar je genetische oorsprong te laten uitzoeken. Je krijgt dan te horen tot welke haplogroep (een soort genetische stam) je behoort en nog wat meer dingen. Wil  je weten met wie je mogelijk verwant bent en over verfijnde details kunnen beschikken m.b.t.  herkomst, moet je meer betalen. 

Aan het eind van de jaren negentig had ik in de krant gelezen dat men in een grot in Engeland een holbewoner uit de steentijd had gevonden, de zogenaamde "Cheddar man". Genetici en archeologen vroegen zich af of daar in de buurt na duizenden jaren nog nakomelingen van die holbewoner zouden leven en zetten een breed dna-onderzoek op onder scholieren in de streek. Twee scholieren uit het naastgelegen dorp bleken genetisch een "exact match" van de "Cheddar man" te zijn. Een geschiedenisleraar die voor de grap had meegedaan met het onderzoek had op één mutatie na hetzelfde mt dna als de holbewoner. 

De Cheddar man - zo  weten wij sinds 2018 door  verfijnd dna onderzoek in Groot Brittannië - had overigens een donkere huidskleur, blauwe ogen en zwart krullend haar. Wij weten ook dat de mensen met dit dna vanuit het gebied ten Oosten van de Zwarte Zee zijn gekomen. Migratie is niet nieuw!!

Een paar jaar later zag ik op de tv iets over Amerikaanse en Surinaamse afstammelingen van Afrikaanse slaven, bij wie door middel van dna-onderzoek nauwkeurig kon worden vastgesteld tot welke Afrikaanse stam zij behoorden. 

Dit soort onderzoeken fascineerde mij en ik vatte het idee op om ook zo'n onderzoek te laten doen en de uitslag daarvan te koppelen aan wat ik reeds wist over de geschiedenis van mensen met de achternaam Le(e)rink/Leering.

Je kunt kiezen of je de mannelijke lijn volgt (het y-dna) of de lijn van al je voormoeders (mitochondriaal dna: het dna van mijn moeder en haar moeder en die haar moeder, enz.). Je kunt ook allebei laten uitzoeken, hetgeen ik heb gedaan. Ik behandel in dit verhaal de mannelijke lijn, omdat het hier om een onderzoek naar de naam Leerink gaat. Dat is een naam die zeven eeuwen lang vrijwel alleen door mannen is doorgegeven en waarvan de papieren geschiedenis dus gemakkelijk te koppelen is aan het y-dna.

Aangezien de maternal line voor dit verhaal geen rol speelt, doe ik in dit kader hierover geen mededelingen. Maar je mag wel weten dat de eerder genoemde holbewoner in Somerset genetisch verwant is aan mijn familie van moeders kant. Dat had ik nooit kunnen bedenken, toen ik er 20 jaar geleden voor het eerst over las.

Je kunt verder kiezen uit het aantal markeergenen dat je wilt laten onderzoeken: 12, 25, 37, 67 of 111. Een markeergen is een gen waaraan een mutatie is te zien. Zo nu en dan vindt in het y-dna door een kopieerfout een mutatie plaats. Daar mogen we blij om zijn, want door die mutaties kunnen genetici en archeologen zien hoe de mensen zich in de afgelopen 120.000 jaar over de aarde hebben verspreid. Als er nooit een mutatie had plaatsgevonden, waren alle genomen altijd gelijk gebleven en in zo'n eenheidsworst kun je geen verschillen ontdekken. Er valt namelijk niets te vergelijken. Maar juist door de mutaties kunnen de wetenschappers zien wanneer en waar groepen zich afsplitsten tijdens hun grote trek over de wereldbol. Daardoor weten we nu welke groepen van homo sapiens Afrika hebben verlaten, wie  naar Europa is getrokken en wie naar Azië, Amerika en Oceanië. En we kunnen zien welke groepen zich met Neanderthalers of andere mensachtigen (Denisovo-mensen) hebben gemengd.

De genografie is een jonge wetenschap, met nu al spectaculaire wetenschappelijke resultaten. Om het te begrijpen moet je wel bereid zijn je in volkomen nieuwe begrippen te verdiepen, zoals haplogroepen, haplotypen, SNP's, STR's en "allelen". Ook moet je historisch geïnteresseerd zijn en met een open mind naar de verschillen tussen mensen kunnen kijken. De bedoeling van deze wetenschap is natuurlijk niet om op een negatieve manier raciale verschillen bloot te leggen. Integendeel, we leren er van hoe interessant alle rassen zijn en dat ze in de basis gelijkwaardig zijn. We stammen uiteindelijk allemaal van dat ene kleine groepje af dat een honderdvijftigduizend jaar geleden in Afrika leefde. Het is bijzonder interessant om te ontdekken hoe alle groepen zich hebben aangepast aan de omstandigheden waarin zij terecht kwamen tijdens hun wereldreizen, want zo kunnen we de enorme trektochten wel noemen. Ik wil daar  nog aan toevoegen dat verschillen in kleur en lichaamsbouw te maken hebben met klimaat en levensomstandigheden, niet met natuurlijke aanleg. Minstens zo belangrijk en interessant is het om te kijken naar de overeenkomsten tussen de rassen, naar de kenmerken van homo sapiens die hem succesvoller op deze aarde hebben gemaakt dan de andere soorten als homo erectus, neanderthal, enz. 


“Viking” dna

Ik heb mijn y-dna in eerste instantie laten onderzoeken door het Texaanse laboratorium Family Tree DNA. Hier werken ervaren genetici en men heeft een grote databank, waar de deelnemers op vrijwillige basis en desgewenst anonym in worden opgeslagen. Als er "matches" zijn, waar ook ter wereld, krijg je die te horen, met daarbij het waarschijnlijkheidspercentage waarmee je verwant bent aan iemand en in hoeveel generaties dat bij benadering is. In maart 2015 stuurde ik twee samples van mijn wangslijm op in gecodeerde flesjes en na vier maanden van gespannen afwachten kwam de uitslag binnen. Ik stam af van een man die tot een kenmerkende haplogroep behoorde. In de maanden er na heb ik nog een aantal subgroepen laten testen, waarover verderop meer. De verfijning heb ik laten doen door FT DNA èn YSEQ in Berlijn. YSEQ werkt goedkoper en sneller. FT DNA heeft echter een uitgebreide database en geeft de "matches" aan je door; bovendien organiseren zij allerlei projectgroepen rond bepaalde thema's. Ik weet door al die testen nu meer over 6 voor mij interessante snp-mutaties bij mijn voorvaders die tijdens de steentijd en de bronstijd hebben plaatsgevonden (om latere mutaties bloot te leggen zou ik meer en duur dna-onderzoek moeten laten doen). 

Je vindt deze haplogroep in onze tijd in hogere concentraties (40-50% van de mannelijke bevolkingsgroep) in Noorwegen, Zweden en het Westen van Finland; in lagere concentraties in Denemarken (25%). Verder in Noord-Duitsland, Nederland, België, Normandië, Bretagne, Engeland en Schotland (16-18%). En in lage hoeveelheden (in de orde van 1 tot 4 %) in de rest van Europa. 

De mannen met dit y-dna stammen volgens de genetici allemaal af van een enkele voorvader die zo’n 10.000 jaar geleden in Centraal-Europa leefde. Zijn voorvaderen hadden lang daarvoor de Rift-vallei in Oost-Afrika verlaten en waren op het Saoedisch schiereiland terecht gekomen. Vandaar waren zij naar Europa getrokken. Zij liepen via de Balkan (in de Balkan is een variant van haplogroep I in tamelijk hoge concentraties aangetroffen) in de richting van de Alpen. Daar bogen zij af en verspreidden zich over wat nu Zuid-Frankrijk en het Iberisch schiereiland heet. In feite waren zij de eerste vertegenwoordigers van homo sapiens in Europa.

Het waren jagers-verzamelaars, die zich nooit ergens settelden. Zij behoorden net als ik tot haplogroep I en van enkelen van hen stam ik af, maar de mutaties die mijn sub-groepen bepalen hadden toen nog niet plaats gevonden. Een deel van de Cro-Magnon mensen in Frankrijk was drager van dit dna en het zou zo maar kunnen dat mijn oer-genoom de rotstekeningen in Lascaux heeft gemaakt.

Vanuit Zuid-Europa verspreidde dit type dna zich in noordelijke richting nadat het ijs van de laatste ijstijd begon te smelten. Dit vond ca. 10.000 jaar geleden plaats. Door de uitslag van dna-onderzoek op botresten en tanden uit prehistorische graven te combineren met de locatie van de graven en wat men daar aan ander materiaal vond, weet men dat vroege dragers van dit DNA tot de cultuur van de Bandkeramiek behoorden, die over een aanzienlijk deel van Europa verspreid was. We spreken dan over ca. 5000 jaar voor Christus.

Zo'n 5000 jaar geleden (omstreeks 3000 voor Christus) is de kenmerkende mutatie, het "kopieerfoutje", in het genoom van een van mijn voorvaders ontstaan, een kenmerk dat sommigen dus "Viking-dna" noemen. We moeten daar een kanttekening bij maken. Het is waar dat 3700 jaar later een aantal Vikingen drager van dit dna was, maar het is zeker niet waar dat dit dna uitsluitend door Vikingen is verspreid.  Niet alle Vikingen behoorden immers  tot de zelfde haplogroep: een behoorlijk aantal viel onder haplogroep R1a, naast velen die tot  I-M253 mogen worden gerekend. Mijn voorvader kan dus een Viking zijn geweest, maar net zo goed een handelsman of een huurling in dienst van de Friezen of een Engelse koning, want in al deze hoedanigheden zijn Juten tijdens het eerste millennium in Nederland geweest.


Vind je het interessant? Wil je meer weten over onze achternaam?  Ben je familie van mij en heb je dus het zelfde y-dna? Neem dan contact met mij op per email. Omdat mijn boek is uitverkocht, kan ik je voor een gering bedrag (5 euro) een digitaal exemplaar van mijn laatste bevindingen ( 45 blz.) toesturen.

Wil je meer details? Bijvoorbeeld tot welke tak Leerink / Leering / Lerink je behoort en waar je voorouders vandaan kwamen?
Dan kan ik voor 10 euro een beschrijving op maat geven.

De vergoedingen worden gebruikt om mijn kosten te bestrijden, die ik heb gemaakt om in heel Nederland, België en Duitsland
archieven te bezoeken, kopieermachines en printers te gebruiken, enz.

Het boek wordt alleen herdrukt als er voldoende belangstelling voor is (zal door alle afbeeldingen in kleur en z/w ca. 35 euro kosten)