Waarom democratie niet leuk, maar wel noodzakelijk is

Churchill noemde de democratie de "minst slechte" van alle politieke staatsvormen. Ik denk dat tegenwoordig veel mensen democratie zelfs een heel slechte staatsvorm vinden. Extreem links en extreem rechts hebben in elk geval niets met democratie op. Dan moet je immers je mening met anderen delen?

En - ach help -  compromissen sluiten.
De laatste jaren hoor ik in toenemende mate mensen roepen dat het zwak is om compromissen te sluiten. Of dat je te ver van je eigen overtuiging afraakt, wanneer je dat doet. Alsof het verkeerd is om met anders gezinden samen te werken.

Extreem denkenden willen liever dat uitsluitend hun mening telt en dat alle andere meningen, die vanuit hun standpunt verwerpelijk zijn, worden uitgesloten. Een extreem rechts denkend persoon zal dan ook niet graag willen praten met een extreem links denkend persoon. 

Ik ben ontzettend blij  dat ik in een vrijzinnig democratisch denkend gezin ben opgegroeid. Je mocht alles denken en je kon alles zeggen. Er werd naar je geluisterd. Er werd gedebatteerd. In ons gezin waren/zijn er mensen met rechtse ideeën naast mensen met socialistische ideeën. We hebben atheïsten, rooms-katholieken en protestanten binnen ons gezin en ik zie dat dit bij onze kinderen ook weer mogelijk is. Ik denk dat wij dit in de afgelopen vierhonderd jaar in onze familie hebben geleerd. Ja, het kost tijd en moeite om te leren met andersdenkenden te leven.

Ik was mij nooit zo bewust hoe gelukkig je dan bent, tot ik onlangs hoorde en las over iemand met een maoistisch verleden, die getrouwd is met iemand die er tegenwoordig rechtsradikale ideeën op na houdt. Ik dacht: hoe ga je daar als echtgenoten mee om??? 

En toen kwam ik op de gedachte dat democratie eigenlijk in je gezin of in je familie wordt geleerd. Als dit echtpaar niet bereid is naar elkaar te luisteren, dan gaat het huwelijk kapot. 

Met ellendige gevolgen voor iedereen, ook voor de kinderen.

Democratie is het naar elkaar willen luisteren en het met elkaar willen samenwerken. Dat is niet altijd gemakkelijk. Hoe verder de standpunten uiteen liggen, hoe lastiger het wordt. In extreme tijden gaan dan ook democratiën kapot. Wij hebben het gezien in Duitsland. We gaan het misschien wel zien in de USA.

Er zijn trouwens ook landen, die nog nooit een democratie hebben gekend, omdat zij uit een totalitair systeem zijn voortgekomen. 

Karl Poppers "The Open Society and Its Enemies" is mijn boek. Van het totalitarisme verwacht ik weinig goeds.


Multi culti

Het is Pasen en dus tijd voor de jaarlijkse tapaswedstrijd. Ouders, kinderen en tegenwoordig ook de kleinkinderen en alle aanhang maken kleine gerechten van hartig en pittig tot zoet. Alle gerechten worden met punten beoordeeld volgens een uitgekiend systeem, want niet iedereen eet alles.

De vegetariërs willen geen vlees en de carnivoren willen geen gebakken soja, om maar een paar van de hindernissen te noemen.

Aan het eind is er een winnaar en we doen ook nog een tweede en een derde prijs. MAAR.... de winnaar krijgt de wisselschort met ovenhandschoenen voor een jaar en daar staat zijn/haar naam op!

Na al het kleingeestige gezeur over andere culturen die hier niet thuis zouden horen, bedacht ik mij, dat onze familie en aanhang eigenlijk heel multi culti is en dat dat erg leuk is. Een verrijking ook.

Wij zijn atheïsten, roomsen, Bahai en protestanten.

Wij zijn hele en halve Surinamers, halve en kwart Kroaten- en Francaises (vergeef me het ontbreken van de cedille!), wat kwart Engelsen (of Ieren?) en Nederlanders. Maar zelfs die laatsten zijn van alle markten thuis. Maria heeft een achternaam die eigenlijk een Joodse voornaam is en ik zelf stam in de mannelijke lijn van Vikingen af, terwijl we ook nog wat voorouders in Italië, Zwitserland en België hebben.

O ja, ik zou haast de Saksische voorouders in de Achterhoek vergeten en de Saami vrouwen, met wie mijn moeder verwant is.

Nederland is altijd een multi culti land geweest. Als we hier niet uit ons zelf naar toe kwamen, lopend of op een boomstam de Rijn afzakkend, dan haalden we ze wel uit de koloniën.

Vers bloed is altijd beter dan inteelt, denk ik dan maar. Ik houd niet van "reinrassig".

Apropos, er zouden zo maar nog een Shmuël, Mohamed of Fatima bij kunnen komen, maar dat hangt van de kleinkinderen af.

We komen trouwens allemaal oorspronkelijk uit de Rift vallei in Noord-Oost Afrika, al was dat 50.000 jaar geleden.

Facebook

Ik heb mijn Facebook  account opgezegd. Ik kon mijn Facebookvrienden daarvan helaas niet op de hoogte stellen. Ik vind het jammer dat ik dit sociale netwerk moest verlaten, maar ik heb geen keus. Het is schandalig, hoe Facebook onze gegevens heeft verkwanseld. Dit is een voorbeeld van moreel verwerpelijk ondernemerschap, waar we korte metten mee moeten maken.

Het komt mij nogal vreemd voor, dat enorm veel mensen zich druk maken over de sleepwet, maar gewoon bij Facebook blijven zitten. Wat Facebook doet is veel erger en strekt veel verder. Tsja, het is geen overheid hè, dus gaan we er niet tegen aan trappen. Maar goed, ieder moet zijn eigen keuzes maken. Als je het prima vindt dat ze alles wat zij over jou hebben verzameld aan gegevens, doordat ze noteren wat je "liket", wat je bekijkt, wat je opmerkt, wat voor vrienden je hebt, enz., enz. dan blijf je maar lekker zitten. Je hebt niets te verbergen, toch?

Realiseer je wel, dat ze al jouw telefoontjes naar anderen hebben geregistreerd, honderden telefoontjes. Daar kom je achter als je via "instellingen" bij Facebook je gegevens opvraagt.

Ik ga deze graaiers en misbruikers van privé-informatie niet verder helpen.

Ik heb niets te verbergen, maar ik wil gewoon niet dat vreemden mijn profiel opstellen en dat vervolgens verkopen.

Aan bedrijven, politieke bewegingen en weet ik aan wie nog meer. Misschien wel aan vreemde mogendheden, die mij niet welgezind zijn.

Wie zal het zeggen. Er zijn bewijzen van politiek misbruik van Facebook-profielen bekend.

Is er al een sleepwet in de maak tegen Facebook en soortgelijke uitbuiters?

Phishing mail en chantage

Het aantal kruipers en lafbekken dat mensen via het internet probeert te chanteren lijkt toe te nemen. We moeten daar actie tegen ondernemen. 

Pak ze terug, schaf programma's aan, waarmee je hun ip-adressen kunt achterhalen. Daar is makkelijk aan te komen. Ik zelf heb sinds een tijd al geen last meer van hackers uit Rusland. Iemand die mij onlangs probeerde te chanteren komt mogelijk uit de regio Rotterdam, of hij / zij maakt gebruik van een server in Clifton, vlak bij Montclair, Orange County, NJ (een gebied dat ik toevallig goed ken, omdat ik er een aantal keren ben geweest). We moeten nog verder onderzoek doen, maar het is al een stapje. Gewoon laten weten dat je ze kent is vaak al voldoende. Maar je kunt fraudebestrijders helpen door  ip-adressen van foute figuren door te geven.

Meld het aan bij een fraudehelpdesk en bij je provider, dat helpt ook.

Maar begin bij jezelf: plak je camera af als je een laptop gebruikt (let op: sommige tv's hebben ook een ingebouwde camera; lees je handleiding!). Er zijn van die ratten die bij jou naar binnen gluren. Of die bluffen dat ze bij jou binnen hebben kunnen kijken. Als je camera niet werkt, voel je je zelf al veel veiliger, omdat je weet dat ze bluffen met hun emails dat ze je hebben bespied.

Beheers je echter, mocht je ooit met zo'n sukkel worden geconfronteeerd.

Ik heb sterk  de neiging, om alles wat ik bij "ongewapend gevecht" in dienst heb geleerd op dit soort figuren los te laten.

Maar als je zo iemand onherstelbaar beschadigt, ga je zelf de bak in. Dat zou jammer zijn.

Reünie

                        

1967 Norddeutsche Tiefebene                                          Herbert, Hendrik und Theo                Drüben sind die DDR-Panzer. Üben fúr den Ernstfall.

Gisteren trof ik een aantal van mijn oude dienstkameraden op een militair-historisch beladen plek, de heide bij Soesterberg, waar nu het Nationaal Militair Museum staat. Vijftig jaar geleden namen de meesten van ons voorgoed afscheid van het leger, waarin wij als 19- en 20-jarigen dienst hadden moeten nemen. Nu is de jongste van ons 70; de oudste, onze vroegere commandant, is 84. De helft van toen was naar de reünie gekomen.

De anderen konden of wilden niet. Het is een gekke gewaarwording om al die mannen, met wie je achttien maanden in soms bizarre omstandigheden je leven hebt gedeeld,   weer terug te zien. Sommigen bewogen zich voort met hulpmiddelen. Er zijn er ook, die al in het sluimerrijk tussen weten en vergeten leven. De meesten oogden gelukkig nog geestelijk en fysiek gezond, al zijn wij natuurlijk niet meer zo "rap van lijf en leden" als de huzaren in het Huzarenlied. Tien procent van ons is "aan gene zijde".

Dat de NAVO ons ooit de verdediging van de Noordduitse laagvlakte heeft toevertrouwd, is een twijfelachtige eer. Ze hadden ons uitgerust met een pistool (Browning), een machinepistool (Uzi), enkele handgranaten en een machinegeweer (MAG), bovenop onze 20 Centuriontanks, die al 10 jaar oud waren.

Zo reden wij dan langs de grens met de DDR. Aan de andere kant reden jongens met de zelfde leeftijd rond in modernere Russische tanks, die onze tanks ongetwijfeld bij een conflict in stalen doodskisten zouden veranderen. Die gedachte dronken wij maar weg met goedkope rum en whisky uit de PX-store van de Engelse bondgenoten.

Zo mijmerde ik. Een gids leidde ons intussen langs al het wapentuig, dat de Nederlandse Krijgsmacht in de afgelopen tweehonderd jaar had aangeschaft.

Wat een verspilling, zuchtte een van ons.

Maar dat kun je toch niet zeggen, vind ik. Als we dat tuig niet hadden gehad, waren wij misschien onder de voet gelopen, net als in de zestiende eeuw door de Spanjaarden, in 1795 door de Fransen en in 1940 door de Duitsers, met alle ellende van dien.

Daarom heb ik toch niet het gevoel dat het helemaal voor niets is geweest. Overigens vertelde onze toenmalige ritmeester, die later als luitenant-kolonel bij de Militaire Inlichtendienst is geëindigd, dat hij tijdens die laatste functie had ontdekt, dat de Russische Tanks nog vaker kapot waren dan de onze. "Ja", zei iemand, "maar ze hadden er wel tien keer zoveel".

Het Duistere Licht

Mijn boek "Het Duistere Licht" is af en gedrukt. Als je geïnteresseerd bent, zie dan eerdere blogartikelen en onder "Boeken". Daar vind je prijs, verzendkosten en email-adres.

Hölderlin en de gnosis

Ik ben aan het laatste hoofdstuk begonnen van mijn boek over gnosis, mythe en waanzin bij Friedrich Hölderlin. Wie gaat het uitgeven? Er wordt nogal veel overhoop gegooid in de heilige huisjes van de germanisten die Hölderlin onderzoeken, dan wel onderzocht hebben. Wie zal zich daaraan wagen? Ooit had het een dissertatie moeten worden, maar die is er door privé omstandigheden nooit gekomen. Het aanbod om in Bonn te promoveren heb ik moeten laten schieten. Ik moet het nu alleen doen. Desnoods zelf uitgeven. Ik heb al een isbn-nummer! Academische erkenning zou leuk zijn, maar is niet het doel. Het doel is publiek te maken wat ik aan nieuws over Hölderlin te vertellen heb. Dat zal moeilijk genoeg zijn, want weinigen zijn bereid zich in te laten met esoterische of occulte werken, zelfs als het om de grote Hölderlin  gaat, die in het esoterische broeinest Tübingen studeerde. Christelijke en  klassieke mythen zijn voor onderzoekers nooit een probleem geweest, maar Oriëntaalse mythen (Slangenbroeders, manicheïsten, marcioniten en mandeeërs) zijn kennelijk een brug te ver. Ik heb in de afgelopen jaren echter gemerkt dat veel niet-germanisten in Hölderlin geïnteresseerd raken als je over zijn interesse in het occulte vertelt. En daarbij was het een man die als een moderne Daedalus een waanzinnige strijd voerde met andere goden, scheppende kunstenaars genaamd. Spannend genoeg!

Dichter, denker, dromer

Het boek "Het duistere licht", waaraan ik momenteel werk, behandelt de invloed van de gnosis op, resp. de waanzin van Friedrich Hölderlin, een van de grootste Duitse dichters. Het is de verdere uitwerking van een onderzoek dat ik lang geleden deed. Omdat een vriend en mijn vrouw bleven aandringen, heb ik het in het Nederlands herschreven, zodat mensen die zich voor het onderwerp interesseren, maar de Duitse taal minder goed machtig zijn, het kunnen lezen. Ik draag de “remake” op aan Sjef Göertz en aan Maria.

Voor mij zelf was het interessant om na te gaan of er in mijn opvattingen iets is veranderd tussen de dagen dat ik het onderzoek deed – ik was toen begin dertig – en de dagen dat ik het herschreef - ik ben nu zeventig. Ik stel vast dat ik het nog bijna net zo boeiend vind als toen. Ik heb daar, waar de ingevingen en de taal van mijn jeugd mij nu wat overmoedig lijken, wijzigingen aangebracht; ook heb ik hier en daar wat “geshuffled” en anders geformuleerd.

Op één eerder standpunt heb ik mijn mening gewijzigd en dat is de vraag wie de geadresseerde was in de briefroman Hyperion. Aanvankelijk dacht ik dat met deze persoon de filosoof Schelling was bedoeld, Hölderlin's studievriend  en kamergenoot. Nu denk ik dat het niemand minder is dan Marcion, stichter van een kerk die in de gnostische traditie staat en wiens werk door Schelling werd bestudeerd en door Hölderlin gelezen.  

Ook kreeg ik tijdens het herlezen van Hyperion een gelukkige inval met betrekking tot de raadselachtige leraar Adamas. Ik denk nu te weten wie er mee bedoeld is. Zijn alterego is te vinden in de esoterische wereld van een Duits mysticus, die door Goethe, Schiller, Klopstock en Pestalozzi werd gekend. Dit lid van de Illuminati was een bewonderaar van de protestantse mysticus Jakob Böhme, die op zijn beurt Hegel en Schelling, Hölderlin's studie- en kamergenoten in Tübingen, heeft geïnspireerd. Ik  heb een nieuw hoofdstuk aan deze vondst besteed.

Op het gebied van de Hölderlinforschung is met de jaren een aantal interessante tekstinterpretaties verschenen, maar niemand heeft het verband gezien, dat ik zo'n veertig jaar geleden vond en nu opnieuw ontdekte. Men is niet heel anders naar Hölderlin gaan kijken dan men het in de jaren zeventig van de vorige eeuw deed. Ik heb een nieuw hoofdstuk besteed aan de vraag waarom dat zo is.

Ik heb wel vastgesteld dat er sprake is van accentverschuivingen in het Hölderlin-onderzoek. Was de  benadering in de tweede helft van de vorige eeuw eerder politiek gekleurd, zo lijkt men nu vooral naar Hölderlin als filosoof te kijken. Wat waren de invloeden van Spinoza, Kant en Fichte op Hölderlin? Wat was Hölderlin’s invloed op Fichte? Belangrijke publicaties op dit gebied van de professoren Dr. Violetta Waibel (Wenen) en Dr. Bärbel Frischmann (Erfurt) zijn verschenen. Zij gaan niet zozeer in op het poëtisch werk van Hölderlin, maar maken wel zijn positie in het Duitse Idealisme duidelijk. We leren er van dat Hölderlin behalve dichter ook denker was, ook al zou hij rond 1800 het dromen boven het denken stellen.

Er is één belangrijke ontdekking (de "Nürtinger Pflegschaftsakten") gepubliceerd die meer licht werpt op Hölderlin’s geestelijke toestand, maar die verandert niets aan mijn inzichten met betrekking tot de invloed van de gnosis op Hölderlin.

De Belgische germanist Prof. Dr. Bart Philipsen deed tot mijn genoegen Hölderlin recht, door diens latere werk op de juiste merites te beoordelen. Ook zijn interpretatie van het gedicht "Andenken" sprak mij aan.

Wat mij heeft gesterkt in mijn opvattingen over Hölderlin’s geestestoestand is de recente lectuur van een boek van de Engelse classicus / historicus Robin Lane Fox over de kerkvader Augustinus. Met name de opmerkingen over de leer en de  volgelingen van Mani, waar Augustinus enige tijd toe behoorde, waren wat in de Duitse taal een “Fundgrube” wordt genoemd. Ik meende de twijfel en de onzekerheid van oud Mani-adept Augustinus bij Hölderlin te herkennen. Deze blik op de gnosis, die ik eerder niet kende, was een welkome aanvulling op wat ik in mijn eerdere werk over Hölderlin's perceptie van de gnosis had geschreven. Ik werd op het spoor van Augustinus gezet door een vroegere collega, de historicus drs. Wiebe Brouwer.

Zaakliteratuur uit het Angelsaksische en Duitse taalgebied heb ik zelf in het Nederlands omgezet, maar (passages uit) Hölderlin’s werk heb ik onvertaald gelaten. Ik ben geen literair vertaler en wil zijn bijzondere werk geen geweld aandoen. De lezer moet dus de strijd aangaan met het Duits van Hölderlin, dat vaak ongebruikelijke grammaticale constructies als de “Vorgenitiv” of deleties bevat, in Griekse metrische vormen is gegoten en in een voor ons vreemde spelling is geschreven (er waren in Hölderlin's tijd geen spellingregels voor het Duitse taalgebied en hij ging het Zwabisch ook niet uit de weg).

Ik moest tijdens mijn onderzoek vaak denken aan deze omschrijving van de Gordiaanse knoop:  “In Gordion, de vroegere hoofdstad van Frygië, stond de oude strijdwagen der koningen, waarvan het juk met een kunstvolle knoop aan de disselboom was bevestigd. Volgens de sage zou diegene koning van Kleinazië worden, die in staat zou zijn de knoop te ontwarren. Alexander de Grote doorkliefde hem in 334 na Christus met het zwaard”. [1]

Wat is beter? De knoop doorhakken? Of de lange ingewikkelde weg van het ontwarren van de knoop? Ik ging voor het laatste, het langdurige proces, waarbij elk aspect wordt bekeken, ook aspecten die buiten mijn eigen discipline, de germanistiek, liggen. Het werk van Hölderlin is een eclectisch geheel. Hij putte uit het werk van de manicheïsten, de mandeeërs en Marcion. Hij heeft Kant's ideeën gebruikt, naast het werk van schrijvende tijdgenoten met een occulte achtergrond. Hij was een tijd onder de indruk van Spinoza's pantheïsme. Hij hield van Fichte, de idealist en vermeend atheïst. Hij adoreerde de oude Grieken, maar had ook belangstelling voor de metafysica van de Oriënt. Hij was dichter, denker en dromer. Een gecompliceerd geheel.

[1] Wörterbuch der Antike, onder “gordischer Knoten”

Bij Freud op de canapé

"Wat zit u dwars, mijnheer Leerink?"

"Nou, eigenlijk niets, dokter. Het is meer iets dat ik niet kan verklaren. Ik dacht dat u misschien mijn psyche eens kon analyseren. Twee jaar geleden overkwam mij iets vreemds toen ik een liedje hoorde. Sindsdien ben ik bezeten door een gevoel, dat ik misschien het beste als het "Achterhoek-gevoel" kan beschrijven".

"Hoor ik het goed, mijnheer Leerink, u zegt bezeten?"

"Ja dokter, het beheerst mij. Ik vertoon obsessief gedrag. Ik hoor de hele dag teksten in mijn hoofd. Ik moet altijd maar cd's afluisteren. En ik ben in de afgelopen twee jaar misschien wel dertig keer naar het gebied aan de andere kant van de IJssel gereden, naar de gekste plaatsen, waar nog nooit iemand van gehoord heeft, om kermissen en partijen te bezoeken. Ik ben ook verhalen in het Achterhoekse dialect, mijn moedertaal, gaan schrijven" . 

"Hebt u een sterke moederbinding mijnheer Leerink?"

"Uhm, moederbinding? Ja, eigenlijk wel. Mijn moeder kwam uit de Achterhoek, net als mijn vader. Ik ben er trouwens ook geboren, maar ze hebben me er na elf jaar uit gerukt. Ik werd zoals de Duitsers dat zo mooi kunnen zeggen "abgenabelt" en ik denk dat ik dit nooit verwerkt heb". 

"Sabbelt u wel eens op een sigaar, mijnheer Leerink? En waar denkt u dan aan?"

"Ik rook niet meer. Maar als ik langs een maisveld loop, kan ik het niet laten om een maiskolf te stelen en die langzaam af te sabbelen.  En dan denk ik inderdaad aan mijn moeder. Ik heb dat ook met die kleine witpaarse knollen, die je bij de betere groentenboer nog wel eens tegenkomt. Het liefst eet ik die bij een temperatuur van 37 graden celsius. Maar of dat nou iets met mijn moeder te maken heeft?"

"Laten we eens terug keren naar dat liedje. Wat was dat voor een liedje?"

"Het ging over een jongen, Berend,  die een meisje zoekt, hij ziet er een lopen en spreekt haar aan. Ik zou dat nooit durven. Veel te verlegen. Maar Berend weet zich zelf goed te verkopen. Hij begrijpt wat vrouwen leuk vinden: in het voorjaar samen langs de akker lopen, naar de kievitten luisteren en bij de beek in het gras zitten. Niet zonder gevaar overigens, want het vee dreigt door de omheining te breken. Maar daarom houdt hij haar hand ook vast. En hij belooft haar dat ze alles krijgt wat hij bezit en dat is heel wat. Van zijn ouders zal ze geen last hebben, die heeft hij apart gezet. Toen ik dat liedje hoorde kwam mijn hele jeugd terug, die ik lang in een kast had opgesloten".

"Gaat u door, mijnheer Leerink. Wanneer hebt u voor het laatst aan uw moeder gedacht?"

"Nou, gisteravond nog, in Groenlo. Daar speelde de band die dat liedje op een cd heeft gezet. Die band is een van mijn obsessies. Zij praten net als mijn oma, die zei altijd "boh foi toch!". Dat betekent "tsjongejongejonge". Er gebeurt altijd iets geks als ik die mannen hoor spelen. Dan gaat mijn bloed koken, het stijgt volgens mij boven de 37 graden celsius uit. Niet ongevaarlijk lijkt mij en daarom zit ik ook hier".

"Nou mijnheer Leerink, het lijkt mij een wedergeboorte. Symbolisch dan. Lijdt u pijn bij uw wedergeboorten?"

"Rugpijn en oorpijn. En soms een blauwe teennagel, als die boerenjongens weer eens op mijn tenen zijn gesprongen. Maar het gekke is dat ik dit niet erg vind, ik vind het juist wel lekker. Gisteravond speelden ze twee liedjes die ze anders nooit spelen, twee van mijn favorieten. Daar kreeg ik een heel bijzonder gevoel bij. Of nee, eigenlijk voelde ik niets. Ik ging zweven, er viel een last van mij af. Het was alsof ik opging in de massa die daar stond te dansen. Ik voelde eenheid in verscheidenheid. Ik voelde me met iedereen verbonden die daar was. "Eν καὶ Πᾶν!". 

"Mijnheer Leerink, wat heeft u daar betaald?"

"Ik geloof vijfentwintig euro. Plus het nodige bier, een patatje en een bamischijf. En o ja, een whiskey bij Wissink op de markt. Alles bij elkaar misschien zestig euro, als ik mijn vrouw meetel".

"Mijnheer Leerink, uw sessie bij mij kost tweehonderd euro. Ik raad u aan voortaan uw sessies bij Boh Foi Toch te houden".

Moedertaal

Je moedertaal is de taal waarin je wordt opgevoed. Mijn ouders spraken Nederlands, hoewel ze allebei met het Nedersaksisch waren opgegroeid. Mijn moeder met het Winterswijks, mijn vader met het Aaltens, twee talen waar slechts kleine verschillen tussen bestaan. Nedersaksisch heet nu dialect, terwijl het ooit de echte taal van ik schat 30% van de Nederlanders was. Het werd gesproken in Groningen, Drenthe, Overijssel, op de Veluwe en in de Graafschap. Zelfs in een klein deel van Friesland. In de aangrenzende regio's in Duitsland sprak men dezelfde taal, van Ost-Friesland tot in Westfalen. Binnen de verschillende gebieden waren er  natuurlijk plaatselijke verschillen in uitspraak en vocabulaire. Maar het was toch één taal.

Nu denkt men dat Nederlands (ABN) de echte taal is, maar dat is in feite een geconstrueerde taal. Men kreeg in de negentiende eeuw behoefte aan een standaardtaal, omdat mensen door het hele land steeds meer met elkaar gingen communiceren. Er kwamen treinen, dus men ging reizen. Er kwam telefoon, dus men ging bellen met mensen die een andere taal spraken. Maar iemand die Nedersaksisch sprak kon een Zeeuw moeilijk verstaan, terwijl een Westfries moeite had met het Ripuarisch, dat de Limburgers spreken. Dus moest er een soort gemeenschappelijke taal worden gemaakt. Op zich heel begrijpelijk.

Onderwijzers in het hele land gingen aan de slag. Nu het onderwijs voor iedereen een recht was geworden, kon je mooi ook één taal aan alle mensen leren. Toen gebeurde iets vreemds. Men ging denken dat je slim was als je Nederlands sprak (dan was je immers naar school geweest!) en dat je dom was als je dialect sprak. Terwijl het in feite zo is, dat kinderen die tweetalig opgroeien slimmer en creatiever worden in taal. Ze kunnen ook beter multitasken.

Aan het spreken van Nederlands werd een status toegekend, terwijl de echte moedertalen als iets minderwaardigs werden afgeserveerd. Mijn ouders gingen studeren. Dan kon je "natuurlijk" niet in je eigen taal spreken. Dus spraken ze met hun kinderen Nederlands. Dat is jammer. Gelukkig sprak ik als kind met al mijn grootouders en ooms en tantes en met mijn vriendjes wel in het Aaltens en Winterswijks. Dus ik ben toch een beetje tweetalig opgegroeid. Tot we naar het "Westen" gingen verhuizen. Toen zei mijn nieuwe meester ten overstaan van de hele klas dat ik een "boertjen van buten" was. Dat was zo dom van die man. Maar als kind zei je natuurlijk niets. Je dacht het alleen. De meester had trouwens ook een tongval, iets Noordhollands denk ik. Maar dat had hij zelf niet door.

Dialecttalen zijn meer dan tongval alleen, het zijn echte talen. Ze beleven een revival, al vrees ik dat ze op termijn zullen verdwijnen.

Ik ben na vijfenvijftig jaar weer actief in de taal die eigenlijk mijn moedertaal is. Dat is best moeilijk. Ik ben veel woorden en uitdrukkingen vergeten. Ook een stuk grammatica. En ik spreek met een "Hollands" accent. Maar ik vind het zo'n mooie taal, dat ik er veel tijd in steek. Ik schrijf verhalen in mijn taal. Spreken vind ik nog steeds eng, net als iedereen die voor het eerst in een vreemde taal moet spreken en bang is om fouten te maken.

Binnenkort moet ik met de billen bloot. In de Achterhoek hebben ze een eigen Boekenweek, met prijzen voor boeken die over de streek gaan of die in het Nedersaksisch of het dialect van de Liemers zijn geschreven. Dan geven ze ook een eigen Boekenweekgeschenk, met verhalen in dialecten van de Achterhoek en de Liemers. Daarvoor is een verhalenwedstrijd bedacht. Het thema was dit jaar "de grens". Ik had ook een verhaal ingezonden, waarin ik vertel hoe ik als kind smokkelaar werd (in elke grensstreek werd veel gesmokkeld; men beschouwde dat als een sport, niet als een criminele activiteit!!).

Nu ben ik uitgenodigd om mijn verhaal voor te komen lezen bij de officiële bekendmaking van het Boekenweekgeschenk van de Achterhoek en de Liemers. Ik vind het doodeng, maar ik doe het toch. Voor mijn moedertaal hoef ik mij niet te schamen.

Therapie

                                               

A-j dartig wilgen eknot hebt, dan he-j heel wat tekke op te rumen. Daorveur he-w in Tiel nen keerl wie't ne hele verzameling landbouwwerktugen hef. Den hef vandage ziene häkselmölle bi'j ons ebracht. Nao anderhalf uur was-t-e klaor en ha-w nen barg holtsnippers zo hoog as den Lansbulten bi'j Aalten. Dat mo-k allemaol naor onzen bos rieden, Met de hand, jaowal. Viefteg keer tweehonderd meter en dan weer terugge. Dan he-j gin sportschool meer neudig. Nao vief keer zwokst ow 't hart in 't lief en veul i'j hoe ow 't zweit den ruggenstrank haronder löp. Maor jao, 't is allemaol veur Marie. Zee wil zo geerne eure bospaekes cultiveren. O Marie, Marietjen astebleef, wanneer laot i'j mien met rust?

Wet-i'j wa-k doo? Ik zal bi'j iederen vaart een liedjen zingen um het leed te verdrieven en dan begin ik met 't versjen van den Poggenbeer: "Hee hee hee laot mi'j gaon....." Bi'j wieze van therapie.

Je suis désolé

Het laatste liedje dat we in 2015 draaiden was "Je suis désolé" van de CD "Golden Heart" van Mark Knopfler. Een prachtig liedje in de Cajun-stijl. Het gaat over afscheid nemen en spijt hebben. Ik houd wel van die melancholie. Het past goed bij 2016. We verlaten het oude en varen het nieuwe, onbekende tegemoet. "Sorry", zeggen we tegen alles wat we achter laten, maar er is geen ontkomen aan. We hebben de CD altijd bij ons en draaien hem vaak in de auto. Maria kan er soms niet van slapen. Dan hoort ze in haar hoofd alsmaar die zinnen "Je suis désolé, mais je n'ai pas le choix, je suis désolé, mais la vie me demande ca". 

Daarna gingen we snert eten, kaarten en tv kijken bij Bettie en Theo tot het 00:00' uur was. Toen we een paar uur later 's-Hertogenbosch verlieten, kozen we een CD uit de stapel die altijd in onze auto ligt. Dat werd "Gewoon verdan" van Boh Foi Toch. Op de vrolijke tonen van "Drok, drok, drok", "Gef mi'j mien bier es an" en "Truckchauffeur" maakten we hard meezingend onze eerste autorit in het nieuwe jaar. We verlieten de A2 en draaiden Waardenburg in, waar de berucht-baldadige jeugd nog druk aan het vuurtjes stoken was. Een donderslag werd op onze auto gegooid, maar hij klapte achter ons uit elkaar. De eigenaar had hem niet lang genoeg in de handen gehouden. Had waarschijnlijk iets gelezen over vingers die zomaar verdwijnen. 

Ons huis stond er nog. Er was geen wensballon met zo'n irritant waxinelichtje op het rieten dak gevallen. Nog twee weken, dan gaan we naar ons eerste concert van dit jaar: Hans Keuper en Ferdi Jolij. Maria blij.

Niet op de poes schieten!

Toen we ons huis kochten bleek er een jachtvergunning op ons land te rusten. Aangezien we geen zin hadden in hagelgeweren op ons terrein, hebben we een gentlemen's agreement met de jagers gesloten dat ze niet op ons land komen. Maar ze mogen wel een fazant of een haas ophalen als die na aangeschoten te zijn bij ons terecht is gekomen. Iedereen tevreden. En zo nu en dan levert het een fazant of een banketstaaf op. Maar wat nu als onze katten op het land van de buren lopen en de jagers zien ze voor een haas aan? Of voor een verwilderde kat? Ze mogen namelijk verwilderde katten afschieten.

Vorige week kwamen we thuis en zagen de jagers en de drijvers bij de buren in de boogerd lopen en daarna naar het land van de andere buurman. Maria rende er op af en zei: "Ik wil niet dat jullie op mijn poes schieten". Dat had ze beter niet kunnen doen. Het gaat nu de hele West-Betuwe door, zoals we op een verjaardag merkten: "Zo, mogen de jagers niet op je poes schieten?" kreeg Maria te horen.

Maria is niet voor de poes, maar nu viel ze toch even stil.


BFT 25 jaar

Op 11 december naar het Jubileumconcert van Boh Foi Toch geweest. Ja, met een hoofdletter, want zo iets is voor ons heel belangrijk. Het was wel kantje boord. In theater Amphion zeiden ze een tijd geleden dat het uitverkocht was, maar Ria en Herman Bannink vonden vorige week twee plaatsen, die kennelijk door mensen waren afgezegd. We zaten dan wel een eindje van elkaar, maar dat mocht de pret niet drukken. Trouwens, Maria heeft bij zo'n optreden toch hoofdzakelijk oog voor oude hippie Hans. Enfin, het was weer als vanouds, al zaten we nu netjes op zachte theaterstoeltjes en werden we niet heen en weer gedrukt door een hökende massa jongeren. Hoogtepunten waren het optreden van oprichter en oud-Normaalgitarist Ferdi Joly, Joris Linssen en nog twee bekende muzikanten waarvan ik de namen even niet meer weet (Lovink geloof ik, of was het Jovink? En nog een harmonicaspeler). De "rillings lepen mien den ruggenstrank haronder", toen Ferdi en Paul samen speelden. Dan heb je toch mooi wel even twee van de beste rockgitaristen van Nederland bij elkaar, die toevallig ook nog eens allebei een lange carrière bij Normaal, resp. Boh Foi Toch kennen.

Op het eind kwam een grote verrassing: een platina schijf voor de eerste cd. Ik geloof dat BFT net zo verrast was als het publiek. Of ze speelden het heel goed. Geweldig dat Ferdi en de vrouw van Jan Manschot ook een platina plaat kregen. Verdiend!!

Ik moet nog even het begin noemen. We hadden ook het diner-buffet geboekt, om gezellig met Herman en Ria vooraf te eten. Dat gaat misschien wel een mooie traditie worden. Afwisselend naar het Concertgebouworkest en Boh Foi Toch, met een etentje vooraf. Of er na.

Den boezenwind dee blös maor deur......

                     


Wi'j hebt een vrömden zommer. De ene kaere is-et 37 graden, de andere kaere 17. Op 25 juli hef den boezenwind mi'j een olden peernboom um eblaozen en in onzen bos nog wat dikke tekke van een esdoorn af erukt. Den naober zae: "Now mo-j maor es in owwen boogerd gaon warken, i'j könt jao toch neet naor den Zwarten Cross". Hee hef geliek. Wi'j hebt gin tickets en no mo-k an 't zagen. Maor ik was toch liever bi'j Boh Foi Toch ewest, liever as in mienen boogerd. Gelukkig he-w zundag nog den Achterhoek Spektakel Tour in Ulft.

Nieuwe cd van Boh Foi Toch

       


Op 19 april was het eindelijk zover. BFT zou in de Radstake, vlak bij mijn geboortegrond, de nieuwe cd presenteren. Met de modern-klassieke muziek van de vorige avond nog in de oren reden wij naar Heelweg bij Varsseveld. BFT maakt totaal andere muziek. Zij laten zich inspireren door de Cajun, Zeydego en Texmex muziek uit staten als Louisiana, Texas en Mississippi. Op de nieuwe cd staan verder een blues, enkele mooie ballades en zelfs een nummer met een lekkere reggae-baslijn. Ook de wals ontbreekt niet. Geen probleem voor Paul Kemper, die ik een van de beste gitaristen van Nederland durf te noemen. Deze aan een conservatorium opgeleide man kan werkelijk alles. Op de nieuwe cd speelt hij niet alleen op zijn gebruikelijke Dick Dijkman gitaar. Het klinkt soms heel anders, zoals in "Later wal". Het klinkt als een Martin, maar het zou ook de Telecaster kunnen zijn. Prachtig. Kemper's loopjes vind ik beter dan die van Keith Richards en hij kan zich meten met blues gitaristen als BB King. Bij het nummer "Wat za-k now" denk je zelfs dat je Ry Cooder hoort spelen. Voeg daar het creatieve talent van tekstschrijvers Willem te Molder en Hans Keuper aan toe en de swingende drummer Han Mali en natuurlijk "trekzakker" Hans en je hebt een topband. Ik ben eerlijk gezegd blij dat deze jongens nooit de ambitie hebben gehad om de grenzen van het Nedersaksisch taalgebied te overschrijden, want anders waren ze onbereikbaar geworden. Nu staan er gewoon vier publieksvriendelijke leraren met een bijbaan in een hardstikke leuke band. En wij, het publiek, staan er bijna boven op en mogen met z'n allen luidkeels meezingen in onze geliefde moedertaal. Maria en ik zijn al druk bezig de nieuwe liedjes te leren. Ze gaan over liefde, rupsen, stropen, jagen, de dood. moestuintjes, romantiek, dansen, zeuren over je relatie, kortom alles wat de Nedersaksische mens bezig houdt. Veel van de teksten zijn heel erg geestig. Wat te denken van de jager die voor zijn Anita in texmex stijl een haas staat te braden of de verliefden die op de balken van een oude kar en een varkenshok de Oude IJssel af drijven, de veelbelovende verte tegemoet. Hun kleren hebben ze uitgetrokken, die dienen als zeil. Verdomme, was ik maar weer jong!

Op de foto's hierboven zie je ze tijdens de presentatie van de nieuwe cd.

Windkracht 6

De berkenboom waar ik op uit kijk staat krom door het geweld van de zuidwesterstorm. Het is niet zo maar een berk, o nee, hij staat symbool voor onze nieuwe start op dit landgoedje. In 1998 is hij aan komen waaien. Ik woonde toen in Amsterdam. Het balkon van mijn appartement keek uit op de achterkant van café Wildschut aan het Roelof Hartplein. In de binnentuin stonden een paar berken geloof ik. Of aan de andere kant, op het plein. Daar komt hij waarschijnlijk vandaan. In een oude bloempot op dat balkon heeft het zaadje zich neergelaten. Ik ontdekte het sprietje kort voordat wij naar de Betuwe verhuisden. Hij was de eerste boom die wij plantten, nog voordat wij zelf waren verhuisd. Nu is hij 17 jaar en 12 meter hoog. De storm komt vanaf de Waal en drukt hem tegen zijn even hoge maat, de sierappel. Samen zijn zij de poortwachters bij het pad. Hun takken in elkaar hakend trotseerden zij tot nu toe elke storm, zelfs die ene die heel Nederland plat legde. Zullen zij het menselijk geweld overleven? Men wil op deze plek een geul gaan graven van 600 meter breed en een paar kilometer lang. Om het water van de Waal te bergen. Dan moeten zij verdwijnen. En ook wij. Zal ik over vijf jaar nog steeds uitkijken op de berkenboom die krom staat door het geweld van de zuidwester?